Naar een rechtvaardigere benadering van EU-landbouwfinanciering

Het ondersteunen van de landbouw in de Europese Unie gaat niet alleen over het in stand houden van de productie maar ook over het doen op een manier die rechtvaardig is en respect toont voor de mensen die het land bewerken en het platteland levendig houden. Uit gegevens blijkt echter dat de huidige verdeling van de steun sterk ongelijk is: ongeveer 80% van de landbouwsubsidies gaat naar slechts 20% van de landbouwbedrijven, voornamelijk de grotere. Deze onevenwichtige verdeling wijst op blijvende ongelijkheden in de toewijzing van landbouwsubsidies.

Tegelijkertijd vergrijst de landbouwbevolking in Europa. Veel jongeren verlaten het platteland op zoek naar betere kansen in de stad, waar het aanbod aan werkgelegenheid groter en diverser is. Deze trek naar de stedelijke gebieden roept ernstige zorgen op over de toekomst van de Europese landbouw. In 2020 was nog maar 11,9% van de bedrijfsleiders in de EU jonger dan 40 jaar.

Om deze reden heeft het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2023–2027 eerlijkere regels voor de toewijzing van subsidies ingevoerd, waarbij middelen op een meer evenwichtige en gerichte manier worden verdeeld. Het doel van deze maatregelen is ervoor te zorgen dat de steun terechtkomt bij degenen die deze echt nodig hebben: jonge boeren, kleine en middelgrote producenten, en landbouwers die actief in het vak staan.

Concreet moeten de lidstaten bij het opstellen van hun nationale strategische plannen minstens 3% van hun directe betalingen reserveren voor jonge landbouwers, om zo generatievernieuwing te bevorderen en nieuwe deelnemers aan de sector aan te trekken. Tegelijkertijd legt het GLB bijzondere nadruk op kleine en middelgrote bedrijven door minstens 10% van de directe betalingen aan hen toe te wijzen, om ongelijkheden te verminderen en de kwetsbaarste bedrijven te versterken.

Ten slotte speelt het begrip van de “actieve landbouwer” een centrale rol in het GLB 2023–2027. Op deze manier ondersteunen Europese middelen daadwerkelijke productie, werkgelegenheid en het leven op het platteland, wat bijdraagt aan een rechtvaardiger en duurzamer landbouwsysteem.

Met deze veranderingen maakt het GLB duidelijk dat landbouwondersteuning niet louter een kwestie van cijfers is, maar vooral een kwestie van rechtvaardigheid. Door middelen te richten op degenen die ze het meest nodig hebben, investeert het GLB in de toekomst van het Europese platteland. Zo blijft de landbouw aantrekkelijk en rechtvaardig voor de jongere generaties.